Veiligheid is gedeelde verantwoordelijkheid

Veiligheid is gedeelde verantwoordelijkheid

BLOGPOST - De wereld van 1990 is niet meer die van vandaag. Er is meer dan ooit nood aan een geïntegreerd veiligheidsbeleid, waarin publieke en private actoren samen waken over de veiligheid en geborgenheid van burgers.

Donderdag 18 mei 2017 — De regering Michel heeft daarom een nieuw wetsontwerp gelanceerd om de bestaande wetgeving rond private en bijzondere veiligheid te vereenvoudigen. Bewakingsfirma’s waren al langer vragende partij voor meer bevoegdheden en controle. Met het voorstel wordt een einde gemaakt aan de grijze zones in de wetgeving en zullen de politiediensten zich op hun kerntaken kunnen focussen.

De wet van 10 april 1990 regelt nog steeds de private en bijzondere veiligheid in België. Woensdag keurde de Kamercommissie Binnenlandse Zaken de artikels van het wetsontwerp van minister Jan Jambon goed. Hiermee wil de regering de wetgeving vereenvoudigen en aanpassen aan het tijdskader van vandaag. De krachtlijnen van het wetsvoorstel behelzen een gevoelige uitbreiding van de bevoegdheden van bewakingsfirma’s. Het doel? De politiediensten ontzorgen zodat ze zich kunnen toespitsen op hun kerntaken. Bevoegd minister Jan Jambon maakt zich sterk dat deze maatregelen geen besparing zijn, met dezelfde politie-inzet kan er nu meer gerealiseerd worden. De beveiligingssector wordt een volwaardige partner in de zorg voor veiligheid. De meer dan 40.000 agenten in ons land krijgen er zodoende in één keer meer dan 15.000 paar wakende ogen bij.

Maar wat verandert er nu concreet? Allereerst worden sweepings, het zoeken naar wapens, drugs en explosieven in gebouwen, aan hun takenpakket toegevoegd. Ook het bedienen van technische middelen zoals drones en mobiele camerasystemen komt er bij. Al blijven de interpretatie van de beelden en het arresteren van personen het voorrecht van politiediensten. Door drie soorten bevoegdheden te onderscheiden (generieke, activiteitsgebonden en situationele) krijgen bewakingsagenten meer slagkracht in specifieke omstandigheden. Zo zullen ze bijvoorbeeld een wapen mogen dragen op militaire domeinen, maar evengoed op enkele ambassades, mits de goedkeuring van de regering. Identiteits- en toegangscontrole met fouilleren worden ook mogelijk. Op sites waar nucleair materiaal bewaard wordt, breiden hun verantwoordelijkheden uit met de systematische controle van en in de voertuigen. Ze mogen er ook op zoek gaan naar onbevoegde personen. Dit geldt tevens voor bepaalde havenfaciliteiten.

Meer bevoegdheden betekent dat de regering met een strengere blik wil toezien op bewakingsagenten. Het wetsontwerp besteedt daarom bijzondere aandacht aan de screening van ondernemingen, hun personeel en hun opleiding. Wie een correctionele veroordeling op zijn kerfstok heeft, zal automatisch geen kans meer maken om bewakingsagent te worden. De afkoelingsperiode voor militairen en politieagenten zal daarentegen verdwijnen, tenzij voor agenten die op gevoelige departementen werken. Verder schrijft de wetgever aanpassingen aan de opleiding voor. Ze zullen er nieuwe functieprofielen voorzien worden, waaraan vereiste competenties gekoppeld zijn. Ook de controle op de opleiding zal toenemen. Erkenning zal er enkel komen na controle en advies van een externe inspectie of van een certificatieorganisme.